door Gert Meesters
1 Korte inleiding
2 Wat moeten we onthouden van de laatste spellinghervormingen?
2.1 Toegelaten spelling is niet meer toegelaten
2.2 Woorden van vreemde herkomst die in 1995 en 2005 van spelling veranderd zijn
2.3 Tussenklanken
2.3.1 E(n)
2.3.2 S(s)
2.4 Koppelteken, deelteken, spatie of aan elkaar
2.5 Hoofdletters
2.6 Accent
2.7 Engelse werkwoorden
3 Niet veranderd, maar wel moeilijk
3.1 Apostrof: genitief, achtervoegsels, meervoud
3.2 Trema bij woorden op –ie
4 Meer informatie
4.1 Naslagwerken
4.2 Elektronische hulpmiddelen
4.2.1 Offline
4.2.2 Online
In de 20e eeuw zijn er twee spellingshervormingen geweest: de eerste in 1946, de tweede in 1995. Vrijwel direct na het verschijnen van het Groene Boekje, de officiële spellinglijst die bij de hervorming van 1946 hoorde, kwamen protesten op gang. De taalgebruiker was niet tevreden met de dubbelspelling (voorkeurspelling en “toegelaten” spelling) en met enkele inconsequenties in de voorkeurspelling. Er werden verschillende spellingcommissies aan het werk gezet, maar telkens botsten de voorstellen op de (emotionele) reacties van de taalgebruikers.
Op 19 januari 1994 hakten de ministers van Cultuur en Onderwijs van Vlaanderen en Nederland de knoop door: de voorkeurspelling moest worden verheven tot enige spelling. Ze moest wel worden bijgesteld op een aantal punten: de regeling voor de verbindingsklanken zou worden aangepast en de grootste inconsequenties zouden uit de voorkeurspelling worden gehaald.
Dat leidde in eind november 1995 tot de publicatie van het tweede Groene Boekje. Bij die publicatie werd afgesproken dat er om de tien jaar een nieuwe versie van het Groene Boekje zou verschijnen, waarin het woordenbestand aangevuld zou worden met nieuwe woorden. In oktober 2005 is inderdaad een nieuw Groen Boekje verschenen, maar er is veel meer gebeurd dan de actualisering van de woordenlijst: ook de regels zijn hier en daar veranderd of geconcretiseerd. In totaal zijn er meer woorden echt van spelling veranderd in 2005 dan in 1995. De wijzigingen van 2005 zijn vanaf de zomer 2006 in voege getreden in onderwijs en administratie. Net zoals in 1995 heeft niet iedereen zich neergelegd bij de nieuwe hervorming. Het Genootschap Onze Taal heeft een eigen spellinggids, de Spellingwijzer, die gevolgd wordt door het merendeel van de Nederlandse geschreven media.
Er zijn geen duidelijke regels om van toegelaten spelling naar voorkeurspelling over te schakelen. Meestal komt het erop neer dat de woorden die je vroeger zowel met c als met k zag, nu met c zijn. Dat is echter niet altijd zo. Hier volgt een voorbeeldreeks van woorden die in de huidige spelling met k zijn, hoewel er van 1954 tot 1995 ook een variant met c bestond.
*elektr-
*kritisch (vs. criticus)
*oktober
*koket
*katalysator
*praktisch
*vakantie
Natuurlijk is dat niet de enige kwestie die te maken heeft met de voorkeurspelling. Ook de oe-klank, de qu, th, x en -iseren kunnen voor problemen zorgen. Bij twijfel is meestal de ‘moeilijkste’ schrijfwijze de juiste.
Bijvoorbeeld:
*enthousiast
*apotheek
*kanaliseren
*exemplaar
De enige duidelijke regel voor mensen die twijfelen, is de volgende: kijk bij elk twijfelgeval in het Groene Boekje.
Sommige woorden raakten maar niet ingeburgerd in hun officiële (voorkeur)spelling. Bovendien bevatte de spelling van woorden van vreemde afkomst enkele duidelijke inconsequenties. Daarom zijn enkele tientallen woorden van vreemde oorsprong nu aangepast. De meeste woorden die officieel veranderd zijn, hebben de meeste mensen altijd al op de nieuwe manier geschreven.
De lijst:
antichrist, boetpredicatie, coloriet, complot, complotteren, Congolees, corpus, dioxide, discman, elektrocuteren, elektrocutie, emfase, fabricaat, fotokopie, fotokopiëren, halffabricaat, harmonica, insect, katheder, Korinthisch, klavarskribomethode, kroket, kwantum, lambriseren, lambrisering, macrokosmos, mediëvist, meibock, microkosmos, oxidatie, oxide, oxideren, pre, preses, prakkiseren, praktiseren, predicaat, predicatie, predicatief, product, productie, productief, productiviteit, propedeuse, propedeutisch, publicatie, quaker, vredestraktaat, vulkanisatie, vulkaniseren
Eén van de grootste bezwaren tegen de oude spelling (voor 1995) was de regeling van de zogenaamde tussenklanken. Om te weten of bessenjam met of zonder n was, moest je eerst de regel van het noodzakelijk meervoud toepassen (heb je meer dan één bes nodig om jam te maken?), en dan moest je meestal nog eens controleren in het Groene Boekje, want de regel werd niet altijd juist toegepast. Hij was bovendien soms erg moeilijk. (Zitten in een paardenstal meerdere paarden?)
Hier volgt het nieuwe systeem voor e(n) uit 1995, dat licht vereenvoudigd werd in 2005:
Regel 1 (type gedachtegoed)
Als het eerste deel van de samenstelling in het enkelvoud op een e eindigt die wordt uitgesproken als de e in het woord de (een toonloze e of sjwa), dan hoort de e bij het eerste deel van de samenstelling. Er is dus geen sprake van een tussenklank. Daarom schrijven we gewoon die e: gedachtegoed, horlogewinkel, tarwebrood, gemeentebelastingen, aspergesoep, ziekteverzekering, groenteboer enzovoort.
Regel 2 (type kersensap)
Als het eerste deel van de samenstelling in het enkelvoud niet op een -e eindigt die wordt uitgesproken als de e in het woord de, dan is er wel sprake van een tussenklank -e-. Dat eerste deel klinkt dus net zoals het meervoud. We schrijven hier altijd en: kersensap, ruggengraat, sigarenbandje, kippensoep, herenfiets, plantenetend, krantenartikel, notendop, pannenkoek, lerarenopleiding, directeurenoverleg, paddenstoel enzovoort.
Uitzonderingen op regel 1:
- Het eerste deel heeft uitsluitend een meervoud op -en. In dat geval schrijven we wel een -n: ziekenzorg, beklaagdenbankje, blindeninstituut, linzensoep, brandwondencentrum. De groep is niet erg talrijk, want de meeste woorden die eindigen op een e hebben ook of zelfs uitsluitend een meervoud op -s.
- De agentenuniformrokje-uitzondering: het eerste deel is een naam van een vrouwelijke persoon, die alleen maar verschilt van de mannelijke vorm door een slot-e: agent+e. Dan schrijf je toch -en-, om geen verschil te maken tussen het mannelijke en het vrouwelijke.
vb. studentenzwangerschap
Uitzonderingen op regel 2:
- Eerste delen die geen meervoud hebben, krijgen geen tussen-n: de rijstebrij-uitzondering.
- Iets dat uniek is, krijgt geen -n: de zonneschijnuitzondering.
Koninginnedag, maneschijn, zonnebank, Onze-Lieve-Vrouwetoren
- Het eerste deel heeft een versterkende betekenis en het geheel is een bijvoeglijk naamwoord: de apetrotsuitzondering.
stekeblind, reuzeleuk, beregoed, boordevol
- Eén van de delen is niet meer herkenbaar als afzonderlijk woord in de oorspronkelijke betekenis: de ruggespraakuitzondering.
kakebeen, kinnebak, ruggespraak, bolleboos, flierefluiter, klerelijer, schattebout, takkewijf
Oorspronkelijk bestond ook de volgende uitzondering, maar die is in 2005 afgeschaft:
- Het eerste deel is een dierennaam; het tweede deel en het hele woord verwijzen naar een plant: de paardebloemuitzondering. Nu is het dus paardenbloem.
Ook zijn in 2005 heel wat duidelijke fouten tegen de tussen-n-regels in de Woordenlijst gecorrigeerd: spadesteek, gildebroeder, hartenlap.
Let op: reuzenbedrijf (eerste deel heeft niets te maken met het versterkende reuze), keukenstoel en dronkenman (stam op -en), armelui (eerste deel is bijvoeglijk naamwoord), brekebeen (eerste deel is werkwoord).
Voor de tussenklank -s- is eigenlijk niets veranderd. Je schrijft een -s- als je ze hoort. De test om te zien of er een extra -s- wordt tussengevoegd, is anders, maar met hetzelfde resultaat: je moet kijken naar het eerste lid van een samentrekking: dorps- en gemeenteschool (Je hoort een -s na dorp, dus schrijf je een extra -s- in dorpsschool. De oude regel blijft toepasbaar: dorpsschool, want dorpsplein). Soms kan je kiezen, maar dat heeft eigenlijk weinig met een spellingsverandering te maken: spellingcommissie of spellingscommissie, tijdverschil of tijdsverschil. Hoe je het uitspreekt, bepaalt hier de spelling.
1.Bij klinkerbotsing. Koppelteken en deelteken dienen om een foute uitspraak van opeenvolgende klinkers te vermijden. Alleen wanneer twee klinkers als één combinatie kunnen worden uitgesproken (ee, aa, au..., maar ook ae, ii, ai en oi), moet er een teken (¨ of -) bij.
Woorden met bio-, hydro-, multi- en vergelijkbare klassieke elementen worden beschouwd als samenstellingen (dus alleen koppelteken bij klinkerbotsing), en afleidingen met -achtig krijgen ook een koppelteken.
Bijvoorbeeld: bio-onderzoek, zebra-achtig. Uitzondering: de getallen: drieëndertig.
2.Zonder klinkerbotsing: koppelteken, spatie of aan elkaar? De hoofdregel is dat we aaneenschrijven wat één woord vormt, dus ook samenstellingen en afleidingen.
Bijvoorbeeld: hyena-vel, basis-woordenboek, identiteits-chip.
(Om te weten of iets een woordgroep of een samenstelling is, zijn er drie criteria:
- Als er iets tussen kan staan, is het geen samenstelling
- Als de klemtoon op het tweede deel ligt, is het (meestal) geen samenstelling
- Als er bepalingen aan toegevoegd kunnen worden, is het geen samenstelling
vb. het verschil tussen een zwart boek en een zwartboek.)
Hoofdletters gebruik je behalve bij het begin van de zin vooral voor eigennamen. Het moeilijke is echter om te weten wanneer iets nog als eigennaam wordt beschouwd en wanneer niet meer. Het Groene Boekje van 2005 probeert die zaak wat te verduidelijken.
1.De accenten op de e blijven bijna allemaal: gêne, paté. Behalve bij dubbele ee op het eind (prostituee) en in de eerste lettergreep (é wordt e: decolleté), met andere woorden als de uitspraak niet verandert door het weglaten van het accent.
2.De accenten op andere letters vallen weg: ragout.
3.Nog echt Frans aangevoelde woorden en uitdrukkingen houden hun accenten: à, déjà vu, tête-à-tête, spécialité.
4.Het klemtoonteken is ´ (éáó), op hoogstens twee (opeenvolgende) klinkertekens in hetzelfde woord.
Tegen de accentregels maakte het Groene Boekje van 1995 nogal wat fouten. Die zijn in 2005 gecorrigeerd.
De spelling van de Engelse werkwoorden is te vergelijken met die van de inheemse werkwoorden: dezelfde regels zijn van kracht. Je moet dus gewoon de verleden tijd vormen (savede)om te horen of het voltooid deelwoord een t of een d heeft (gesaved. Je kan ook de regel van 't kofschip toepassen; hier moet je wel de stemloze sj bijvoegen: gefinisht, gerusht).
Soms komen beide vormen voor: leasde en leaste. Rare spellingen geven gedeletet (spreek uit: gediliet) en geüpgraded (geüpgreit).
De eindmedeklinkers worden veelal aangepast aan het Nederlandse spellingbeeld: ik volleybal, hij least, maar ik pass (om de juiste uitspraak te behouden). Werkwoorden met een oo-klank in het Engels en geschreven met een eind-e, krijgen een verdubbeling van de oo. De eind-e valt weg: ik scoor.
De apostrof (ook wel eens misleidend het weglatingsteken genoemd) zorgt vaak voor spellingsproblemen. Een overzicht van het gebruik:
- Met constructies als Jansboek kunnen we een bezitsrelatie uitdrukken. Als de bezitter op een klinker eindigt die anders uitgesproken zou worden als we de –s aan de naam vastschreven, dan gebruiken we een apostrof: opa’s boek, Miro’s stijl. Als het woord eindigt op een sisklank, voegen we alleen een apostrof toe: Lies’ boek, maar ook Joyce’boek.
- Achtervoegsels bij afkortingen die we niet als woord uitspreken, worden van het basiswoord gescheiden door een apostrof: CD&V’er, ge-sms’t, In samenstellingen en bij voorvoegsels wordt een koppelteken gebruikt: CD&V-voorzitter.
- Meervouden met –s krijgen een apostrof als de voorafgaande klinker anders uitgesproken zou worden als de –s aan het woord vastgeschreven zou worden: bonobo’s. Bij verkleinwoorden geldt die regel niet: daar wordt de klinker verdubbeld, behalve bij de y die voorafgegaan wordt door een medeklinker en de u in tiramisu: opaatje, baby’tje, tiramisu'tje.
Een kleinigheidje, maar wellicht de moeite waard om te herhalen: als een woord eindigt op –ie en een meervoud op –en heeft, wordt zo’n woord afhankelijk van het geval met één of twee e’s geschreven. Zo schrijven we bacteriën en provinciën, maar ook symfonieën en litanieën. Als de klemtoon op de –ie ligt en het woord naast het meervoud op –en geen meervoud op –s heeft, dan schrijven we een tweede e.
- De Woordenlijst Nederlandse Taal, alias het Groene Boekje. Uitgegeven bij SdU & Lannoo in 2005. Het Groene Boekje bevat de officiële spellingsregels en een lijst met meer dan 100.000 frequente woorden in de juiste spelling. Als een woord niet in het Groene Boekje staat, betekent dat niet dat het niet bestaat of fout gespeld is, maar alleen dat het niet is opgenomen. Je moet dan gewoon de regels toepassen op het niet aangetroffen woord.
Andere spellinggidsen krijgen sinds 2005 een keurmerk van de Nederlandse Taalunie als hun spelling de officiële van de Woordenlijst volgt.
- De spellingcorrector bij Microsoft Word. Als u in het menu Extra als standaardtaal het Nederlands selecteert, kunt u via hetzelfde menu een spellingcontrole laten uitvoeren. De spellingcorrector van Word is vrij betrouwbaar, maar niet perfect.
- de cd-rom van de 14e editie van de Grote Van Dale.
- "De Woordenlijst" - http://www.woordenlijst.org
Het volledige Groene Boekje, samen met de regels, gratis raadpleegbaar en doorzoekbaar. Waarom zou je nog de boekversie kopen?
- “Taaladvies on line” – http://www.taaladvies.net
Een site met tientallen adviezen over spelling. Je kan ook gratis je vraag door een taaladviseur laten beantwoorden.
- "Onze Taal" - http://www.onzetaal.nl
Het waakzame Genootschap Onze Taal bericht onafhankelijk en kritisch over de wijzigingen. Veel didactische adviezen, o.a. over de spelling.
- “Taaltelefoon” – http://taaltelefoon.vlaanderen.be
Website van de Taaltelefoon van de Vlaamse overheid. Er staan een aantal spellingsadviezen en een cursus in de nieuwe spelling on line. Je vindt er ook de nodige informatie om gratis vragen aan de Taaltelefoon te kunnen stellen.