De spelling-Geerts

De volgende spellingsregels vormen een gekonkretiseerde versie van de voorstellen van de spellingkommissie-Geerts. Deze spelling laat met andere woorden zien hoe de nieuwe officiële spelling van het Nederlands er had kunnen uitzien, als de ministers van de Nederlandse Taalunie in januari 1994 konsekwentie hadden laten primeren op konservatisme.

De redaktie van Veto vond het voorstel van de kommissie zo interessant dat ze van januari 1995 tot november 2002 volgens deze spelling schreef. Etimologische overwegingen kreëren maar nodeloze spellingdrempels. Het grote voordeel van de spelling-Geerts is de algoritmische opbouw. Als je de juiste volgorde van denkstappen volgt, kan er dus in principe niets mislopen.

Hieronder volgt een korte, stapsgewijze beschrijving van de spelling zoals Veto ze toepaste. Bij sommige regels staan uitzonderingen; dat zijn de weinige woorden waarvoor de regel niet van toepassing is, en die je dus van buiten moet leren. Als je dit regelstelsel bestudeert, lijkt het in het begin misschien moeilijk. Maar om de officiële spelling helemaal te leren heb je meer tijd nodig.

Stap 0: vooraf

- Je luistert naar de uitspraak van het te spellen woord. Geen enkele oude spellingsgewoonte heeft belang.
- Je splitst het te spellen woord op in de kleinste woorddelen met een afzonderlijke betekenis (morfemen in de taalkunde): bij journalistenpraktijken kijk je naar journalist, praktijk en -en, bij centraal kijk je naar centrum en -aal.

Stap 1: vreemd blijft vreemd

Vreemde woorden blijven onveranderd vreemd.

Een vreemd woord kan je herkennen aan:

Stap 2: niet-vreemde woord(del)en worden aangepast

Klank per klank:


Stap 3: Tussenklanken en tekens

a) Verbinding van twee woorden

e(n):
Als de kortste vorm van het eerste deel van de samenstelling niet zelf op een doffe -e eindigt, dan wordt de verbindingsklank weergegeven als -en- als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is met een mogelijk meervoud op -en. In alle andere gevallen wordt -e- geschreven. vb. paddenstoel, manenschijn, zonnenstraal, klerezooi.

s:
Een s wordt alleen verplicht toegevoegd wanneer het woord verkeerd gelezen zou worden (kapperszaak, want kapperzaak klinkt als oorzaak; stadsdeel en niet staddeel): vb. onderzoekcentrum, gezondheidzorg, ontwikkelingsamenwerking.
-ss- moet als het niet vermeden kan worden: het eerste deel eindigt in de kortste vorm op -s, het tweede deel begint met s-: muisstil. We kiezen ook voor dubbele ss, wanneer het eerste deel een persoonsnaam of verkleinwoord met meervoud-s is: meisjesschool.

b) Tekens

liggend streepje: het gebruik wordt uitgebreid tot alle samenstellingen waarbij klinkers botsen: niet alleen auto-ongeval, maar ook mee-eten, zo-even, lila-achtig, televisie-uitzending, thee-ei. Oppassen met Oost-Vlaams e.d. Onduidelijke samenstellingen mogen met een liggend streepje verbonden worden: bom-melding, bruids-taart. Driedelige samenstellingen worden zo veel mogelijk aan elkaar geschreven: kleineboerenpartij, heteluchtmotor

genitief eigennamen overal 's: Karel's, Parijs's, Filips's, Venlo's

genitief, meervoud en verkleinwoord: weglatingsteken als het woord eindigt op een lange klinker a, e, i, o, u, é, y: auto's, auto'tje, baby's, baby'tje, cliché's. Let op: tantetje, tantes, koetje, vakanties, zeetje, partijtje veranderen niet.

trema: het gebruik verschilt niet van het gebruik in de officiële spelling: geëvenaard, gekoördineerd.

Stap 4: Ten einde raad raadpleeg je voor uitgebreidere uitleg en verantwoording van de regels het rode boekje (het rapport van de kommissie-Geerts, alias Voorzetten 44. Spellingdossier. Deel I. Spellingrapport. SDU, Den Haag, 1994).

Gert Meesters -- versie 2.0 d.d. 01-02-1997
Inleiding aangepast op 12 augustus 2003.